Gemeente Nijkerk boekt overwinning op fiscus bij de aanleg van op- en afritten

Author:

 

Publication December 2016


Introductie

Gemeentes en omzetbelasting, het blijft een moeizaam verhaal. Toch gaat het vaak over substantiële bedragen. Aannemers die regelmatig met gemeentes samenwerken doen er daarom verstandig aan om zich goed te laten adviseren over de mogelijkheden.

In de zaak waar de Hoge Raad op 2 december jongstleden uitspraak in deed, beliep het financiële belang € 167.200. Het draaide in deze zaak om het recht van de gemeente Nijkerk een beroep te doen op een bijdrage uit het BTW‑compensatiefonds. Omdat de Belastingdienst weigerde deze bijdrage te verstrekken, stapte de gemeente Nijkerk naar de rechter. De Hoge Raad heeft nu in laatste instantie geoordeeld dat de gemeente weldegelijk recht heeft op compensatie van de door haar betaalde omzetbelasting.

Wat is er aan de hand?

De gemeente Amersfoort en de gemeente Nijkerk hebben ieder op eigen grondgebied een nieuwbouwwijk gerealiseerd in de nabijheid van de rijksweg A28. Naar aanleiding van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kon dit project alleen worden uitgevoerd indien voor de nieuw te verwachten verkeersstromen een extra aansluiting op de A28 zou worden gemaakt.

Mede met het oog op de realisatie van deze aansluiting is tussen, onder andere, de minister van Verkeer en Waterstaat, de gemeente Amersfoort en de gemeente Nijkerk een raamovereenkomst gesloten op basis waarvan de kosten voor de op- en afritten worden gedragen door de beide gemeenten.

Daarnaast hebben de beide gemeenten afgesproken dat de gemeente Amersfoort het voortouw zou nemen bij de realisatie van de op- en afritten. In verband daarmee heeft de gemeente Amersfoort facturen uitgereikt aan de gemeente Nijkerk voor te betalen kosten, vermeerderd met omzetbelasting. Voor deze omzetbelasting heeft de gemeente Nijkerk aanspraak gemaakt op het BTW‑compensatiefonds.

De inspecteur weigerde de aanspraak van de gemeente Nijkerk. Bij de rechter stelde de inspecteur dat het Rijk op basis van de economische realiteit moet worden gezien als afnemer van de op- en afritten, mede omdat de gemeente de op- en afritten zelf feitelijk nooit (heeft) gebruikt nu deze vanaf de openstelling in beheer en onderhoud zijn bij het Rijk en vanaf dat moment ook daadwerkelijk worden gebruikt in het kader van diens taakuitoefening.

Oordeel van de rechter

Volgens de Hoge Raad ziet de inspecteur dat verkeerd. Op grond van de contractuele relaties tussen de beide gemeenten en het feit dat de gemeente Nijkerk de aanleg van de op- en afritten voor eigen rekening heeft willen nemen met het oog op de realisatie van de woonwijk moet volgens de Hoge Raad de gemeente Nijkerk worden gezien als afnemer van de op- en afritten.

De Hoge Raad geeft tevens aan dat de ruimte die haar ter beschikking staat voor de beoordeling van dit geschil beperkt is, omdat een dergelijke beoordeling verweven is met waarderingen van feitelijke aard en daar gaat de Hoge Raad als cassatierechter niet over – dat is het terrein van rechtbanken en gerechtshoven. Deze toevoeging en het belang dat in het daaraan voorafgaande oordeel wordt toegekend aan de contractuele relaties laten zien dat de “economische werkelijkheid” mede wordt vormgegeven door de juridische werkelijkheid. Aannemers doen er daarom verstandig aan om gemaakte afspraken goed te documenteren.

Recent publications

Subscribe and stay up to date with the latest legal news, information and events...