Ontwikkelingen programma aanpak stikstof

Publication september 2019


Stikstofproblematiek

De Afdeling zette voor de zomer een streep door het ‘programma aanpak stikstof’ (PAS) en de gevolgen van deze verstrekkende uitspraak worden steeds duidelijker. Elke week publiceert de Afdeling nieuwe uitspraken, waarin de besluitvorming voor het realiseren van nieuwe infrastructurele projecten, woningbouwprojecten, en andere ruimtelijke ontwikkelingen wordt vernietigd. Duizenden projecten worden geraakt.

Gelet op de grote gevolgen van de stikstofproblematiek in bijna alle marktsectoren, zullen wij u in deze Legal Update informeren over de meest recente ontwikkelingen. In deze tweede update gaan wij in op het recente advies van de “Commissie Remkes”. Uiteraard houden wij u middels deze Legal Updates graag op de hoogte van de toekomstige ontwikkelingen.

Advies “Niet alles kan”

Het advies van de commissie richt zich op de korte termijn. Volgens de commissie is het essentieel om maatregelen te treffen die de emissie van stikstof reduceren en die het herstel van kwetsbare Natura 2000-gebieden versnellen. De positieve gevolgen van deze maatregelen moeten primair worden ingezet voor het herstel van de natuur. Alleen als er echt ruimte overblijft, kan die ruimte worden benut voor het vergunnen van nieuwe activiteiten. De maatregelen die de commissie voorstelt, treffen met name de landbouw en de transportsector. De commissie merkt op dat het nu aan de politiek is om harde keuzes te maken en deze te versleutelen in wetgeving en beleid. Hoewel daarmee een eerste stap wordt gezet, vormt het advies op zichzelf geen oplossing voor de voortdurende vergunningproblematiek.

Maatregelen op korte termijn

De aanbevelingen van de commissie zijn gericht op het behalen van stikstofwinst op de korte termijn. Volgens de commissie moeten alle betrokken sectoren daaraan bijdragen, maar Remkes adviseert vooral om vergaande maatregelen te nemen in de veehouderij en het verkeer. Daarnaast loopt de commissie vooruit op maatregelen die kunnen worden getroffen in de industrie en de bouwsector. Deze maatregelen moeten echter nog wel in detail worden uitgewerkt.

Industrie

De commissie neemt als uitgangspunt dat de industrie slechts 1,6% van alle stikstofuitstoot veroorzaakt en dat een vermindering van industriële emissies dus niet zal leiden tot significante ruimte op korte termijn. Grote industriële installaties moeten al aan strenge emissie-eisen voldoen en de commissie verwacht niet dat bijvoorbeeld het stoppen van biomassa-bijstook in energiecentrales een wezenlijke bijdrage kan leveren aan de vermindering van de stikstofuitstoot. Het stoppen van de biomassa-bijstook zal volgens de commissie echter wel leiden tot een vermindering van NOx emissies, en de commissie vraagt dan ook aandacht voor een heroverweging van het nut van de huidige subsidies die worden verstrekt voor het bijstoken van biomassa. Het is vooralsnog onduidelijk of, en op welke wijze, deze aanbevelingen door de politiek worden overgenomen, maar het is voor energiecentrales wel zaak om deze ontwikkelingen in de gaten te houden.

Bouw

Ook de aanbevelingen met betrekking tot het treffen van maatregelen in de bouwsector zijn slechts summier uitgewerkt. De commissie onderkent dat de bouwsector hard wordt getroffen door het stilleggen van de vergunningverlening. Er valt winst te behalen door modulair, energieneutraal, circulair en natuurinclusief te bouwen. Hierbij kan volgens de commissie beter gebruik worden gemaakt van innovatieve technieken en materialen. De commissie adviseert om aanbestedingsvoorwaarden en vergunningsvoorwaarden hierop aan te passen, maar werkt deze maatregel niet verder uit.

Benutten vrijgekomen ruimte

Volgens de commissie is het opgang komen van de vergunningverlening afhankelijk van de positieve effecten van de maatregelen die op korte termijn genomen kunnen worden. Remkes benadrukt dat in alle gevallen de vrijgekomen ruimte voor een deel moet worden “afgeroomd” en ingezet voor het herstel van de Natura 2000-gebieden. De commissie komt pas in een latere fase met concrete aanbevelingen over nieuw beleid voor het verlenen van nieuwe vergunningen.

De commissie geeft evenwel een belangrijk signaal aan initiatiefnemers die op dit moment beschikken over een onherroepelijke natuurvergunning. Het intrekken van bestaande vergunningen ten gunste van het herstel van natura 2000-gebieden, moet terughoudend worden toegepast. Alleen indien het intrekken van een verleende vergunning de enige passende maatregel zou zijn om verslechtering van een Natura 2000-gebied te voorkomen, komt intrekking van een bestaande vergunning volgens de commissie pas aan de orde.

Vergunningverlening

De commissie acht het opnieuw introduceren van drempelwaarden die gelden als uitzondering op de vergunningplicht niet haalbaar. Voor ieder project dat ook maar een kleine toename van stikstofdepositie veroorzaakt, zal dus een vergunning moeten worden aangevraagd. Met betrekking tot de vergunningverlening moet op korte termijn beleid worden geformuleerd, waarbij moet worden gezocht naar een systematiek om de benodigde en beschikbare vergunningsruimte in kaart te brengen. Er worden verder geen concrete oplossingen aangedragen over hoe een dergelijk systeem er uit zou moeten zien.

Intern en extern salderen en ADC-toets

De commissie wijst er op dat bij het ontbreken van beschikbare ruimte gebruik kan worden gemaakt van (intern en extern) salderen en de ADC-toets. De commissie staat positief tegenover intern salderen en maar wijst erop dat aanvullend beleid moet worden vastgesteld om te voorkomen dat de stikstofdepositie juist toeneemt. De commissie staat ook positief tegenover extern salderen, al geldt ook hier dat er op korte termijn nader beleid moet worden vastgesteld. Dit beleid moet zien op de twee vormen van extern salderen: (i) extern salderen tussen private partijen en (ii) extern salderen via overheidsinterventie (bijvoorbeeld in het kader van depositiebanken). De commissie wijst daarbij op de taak van de overheid om het uitgeven en verdelen van beschikbare ruimte zo goed mogelijk te reguleren. Tegenover de ADC-toets staat de commissie minder positief. De commissie stelt dat deze uitzondering alleen onder strenge voorwaarden kan worden toegepast en waarschuwt initiatiefnemers dat de meeste projecten niet aan deze strenge eisen zullen voldoen.

Conclusie en reactie regering

De overwegingen van de commissie met betrekking tot de maatregelen op korte termijn, de vrijgekomen ruimte, en de vergunningverlening, zijn naar onze mening weinig concreet. De commissie brengt vooral de pijnpunten in kaart en maakt inzichtelijk aan welke voorwaarden het toekomstig beleid zal moeten voldoen. De bal ligt nu bij de kabinet, dat enkele moeilijke en vooral politiek gevoelige keuzes zal moeten maken om de stikstofemissie in Nederland op de korte termijn te verminderen.


Recent publications

Subscribe and stay up to date with the latest legal news, information and events...