Wetsvoorstel tot uitvoering van jaarrekeningrichtlijn aangenomen door Tweede Kamer

Publication September 2015


Inleiding

Op 3 september heeft de Tweede kamer bij hamerstuk ingestemd met het de “Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening”. Deze wet geeft uitvoering aan richtlijn 2013/34/EU betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen jaarrekening (hierna: richtlijn jaarrekening).

De richtlijn jaarrekening vervangt de huidige vierde en zevende richtlijn inzake de jaarrekening en beoogt het jaarrekeningenrecht te moderniseren, te vereenvoudigen, verder te harmoniseren en de administratieve lasten te verlichten, onder meer door verhoging van de grensbedragen die geleden voor onder meer beperkte publicatieplicht en verplichte accountantscontrole. Daarnaast bevat de richtlijn jaarrekening een nieuwe regeling voor de verslaglegging van betalingen aan overheden door ondernemingen (country-by-country reporting) die actief zijn in de winningsindustrie en houtkap van oerbossen.

De richtlijn jaarrekening maakt deel uit van het beleid van de Europese Commissie om de regelgeving voor het midden- en klein bedrijf te vereenvoudigen en de toegang tot financiering voor deze ondernemingen te verbeteren

Als uitgangspunt bij de uitvoering van de richtlijn jaarrekening is ervoor gekozen om alleen waar de richtlijn jaarrekening inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van de vierde en zevende richtlijn behelst, de Nederlands wetgeving aan te passen. Zo wordt de wijze waarop gebruik is gemaakt van lidstaatopties in stand gehouden. Verder wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om bepaalde informatie die nu onder de overige gegevens aan de jaarrekening dient te worden toegevoegd, te verplaatsen naar de toelichting op de jaarrekening.

Vier regimes: micro, klein, middelgroot, groot

Nederland heeft er voor gekozen gebruik te maken van de mogelijkheid die de richtlijn jaarrekening biedt om de grensbedragen voor de categorieën van kleine, middelgrote en grote ondernemingen, te verhogen. Ook wordt een verlicht regime voor micro-ondernemingen in te voeren. Hiermee gaat een lastenverlichting gepaard.

Bij de bepaling van de grensbedragen wordt, zoals ook thans het geval is, daarbij gekeken naar hoe groot het balanstotaal is, de omvang van de netto-omzet en het aantal werknemers van de rechtspersoon. Nederland heeft er voor gekozen de drempelwaarden op geconsolideerde basis te berekenen. Dit betekent dat een moederonderneming om te bepalen welk regime zij moet toepassen voor het opstellen van haar eigen, enkelvoudige jaarrekening, uitgaat van het balanstotaal, de netto-omzet en het aantal werknemers van de groepsmaatschappijen van haar gehele groep.

De rechtspersoon moet op twee opeenvolgende balansdata aan twee van de drie vereisten hieromtrent voldoen om als een bepaalde categorie te kwalificeren.

Micro

Er wordt een nieuwe vierde categorie geïntroduceerd, de micro-onderneming. Een rechtspersoon is een micro-onderneming indien deze aan twee van de volgende drie criteria voldoet: een balanstotaal van maximaal 350.000 euro, een netto-omzet van maximaal 700.000 euro, een gemiddeld personeelsbestand gedurende het boekjaar van tien werknemers. Voor micro-ondernemingen geldt een verlicht regime. Het betreft, kort weergegeven, een vrijstelling van: het opstellen van een verkorte balans; het opstellen van een verkorte winst- verliesrekening; het opstellen van een toelichting op de jaarrekening; het opstellen van een bestuursverslag; de beperking van de publicatieplicht tot de verkorte balans; en de accountantscontrole. Een deel van deze vrijstellingen overlappen die voor kleine rechtspersonen.

Klein

Thans wordt een rechtspersoon als klein aangemerkt indien deze voldoet aan twee van de drie volgende grensbedragen: een balanstotaal van maximaal € 4,4 miljoen, een netto-omzet van maximaal € 8,8 miljoen en een personeelsbestand van maximaal 50 werknemers. In het wetsvoorstel wordt voorgesteld de grensbedragen voor het balanstotaal en de netto-omzet te verhogen tot € 6 miljoen respectievelijk € 12 miljoen.

Dit betekent dat meer rechtspersonen kunnen profiteren van de beperking van de toelichting op de jaarrekening, de vrijstelling om een jaarverslag op te maken, de vrijstelling voor kleine groepen om te consolideren, de beperking van de publicatieplicht tot de verkorte balans en toelichting en de vrijstelling van de accountantscontrole.

Middelgroot

Een rechtspersoon wordt nu als middelgroot aangemerkt indien deze voldoet aan twee van de drie volgende grensbedragen: een balanstotaal van maximaal € 17,5 miljoen, een netto-omzet van maximaal € 35 miljoen en een personeelsbestand van maximaal 250 werknemers. In het wetsvoorstel wordt voorgesteld de grensbedragen voor het balanstotaal en de netto-omzet te verhogen tot € 20 miljoen respectievelijk € 40 miljoen. Hierdoor kunnen meer rechtspersonen gebruik maken van de vrijstellingen op het gebied van het opstellen van een beperkte winst- en verliesrekening en beperkingen in de publicatieplicht.

Groot

Het verhogen van de grensbedragen voor middelgrote rechtspersonen betekent dat ook de grensbedragen, aan de hand waarvan wordt bepaald of een rechtspersoon als groot kwalificeert, omhoog gaan. Grote rechtspersonen hebben op grond van de richtlijn jaarrekening een balanstotaal van meer dan € 20 miljoen, een netto-omzet van meer dan € 40 miljoen en meer dan 250 werknemers.

Op basis van het aantal bij de Kamer van Koophandel gedeponeerde jaarrekeningen (periode 1 juli 2013 tot 30 juni 2014), wordt uitgegaan van een totaal van ongeveer 693.000 rechtspersonen. Op basis van berekeningen van de Kamer van Koophandel wordt geschat dat na de voorgestelde verhoging van de grensbedragen het aantal kleine rechtspersonen (inclusief micro-ondernemingen) bij benadering 98,6% van het totaal aantal rechtspersonen zal uitmaken, het aantal middelgrote rechtspersonen 0,8% en het aantal grote rechtspersonen 0,6%.

Openbaarmaking

De jaarrekening dient ook onder de richtlijn jaarrekening openbaar te worden gemaakt via het handelsregister dat wordt gehouden door de Kamer van Koophandel. De termijn voor openbaarmaking wordt gewijzigd: deze mag maximaal twaalf maanden bedragen. In Nederland wordt thans uitgegaan van openbaarmaking van de jaarrekening binnen acht dagen na vaststelling van de jaarrekening. De jaarrekening moet uiterlijk dertien maanden na afloop van het boekjaar openbaar worden gemaakt. De wetgeving worden in overeenstemming gebracht met de nieuwe uiterste publicatietermijn van twaalf maanden.

Accountantscontrole

De richtlijn jaarrekening schrijft controle van de jaarrekening door een accountant voor wanneer het de jaarrekening van middelgrote en grote rechtspersonen betreft. De controle van de jaarrekening van kleine rechtspersonen valt buiten het toepassingsbereik van de richtlijn jaarrekening. Hiervoor worden onder andere als reden aangevoerd de administratieve lasten die met de accountantscontrole gemoeid gaan. Lidstaten zijn vrij om accountantscontrole voor kleine ondernemingen voor te schrijven.

Op grond van de vierde richtlijn konden lidstaten kleine rechtspersonen vrijstellen van accountantscontrole. In Nederland is gebruik gemaakt van deze lidstaatoptie. Voorgesteld wordt om deze situatie te handhaven en voor kleine rechtspersonen geen accountantscontrole voor te schrijven. Doordat de drempelwaarden om te beoordelen of er sprake is van een kleine rechtspersoon worden verhoogd, zullen meer rechtspersonen gebruik kunnen maken van deze vrijstelling. Dit leidt tot een lastenverlichting voor deze categorie.

Verslag van betalingen aan overheden (country-by-country reporting)

Onder de richtlijn jaarrekening dienen grote ondernemingen en organisaties van openbaar belang die actief zijn in de mijnbouwsector en houtkap van oerbossen, te rapporteren over de betalingen die zij doen aan de overheden van de landen waar zij hun activiteiten verrichten (country-by-country reporting). Dit betreft onder meer betalingen voor productierechten, belastingen en royalty’s. Het is een apart verslag, los van de jaarrekening en het bestuursverslag. Het verslag dient wel op dezelfde wijze als de jaarrekening openbaar te worden gemaakt, dat wil zeggen via het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Een onderneming is vrijgesteld van de verplichting tot het opstellen van een verslag wanneer deze op basis van de vereisten van een niet-EU land een verslag opstelt, mits die vereisten door de EU als gelijkwaardig aan de EU-vereisten zijn beoordeeld.

De richtlijn jaarrekening bevat een verplichting voor de Europese Commissie om in juli 2018 een evaluatie af te ronden van de toepassing en doeltreffendheid van de voorschriften over het verslag van betalingen aan overheden. Het evaluatieverslag zal ook in te gaan op de mogelijkheid om voor grote ondernemingen in andere sectoren een verplichting in te voeren om jaarlijks voor elk land waarin zij werkzaam zijn te rapporteren over geboekte winsten, betaalde winstbelastingen en ontvangen overheidssubsidies. Daarnaast heeft de Europese Commissie onlangs bekend gemaakt een onderzoek te zullen starten naar verruiming van de verplichting tot openbaarmaking van bepaalde fiscale inlichtingen door multinationals in alle sectoren. De Commissie zal onderzoek doen naar de voordelen, kosten en vereiste garanties inzake bijvoorbeeld gegevensbescherming, bescherming van bedrijfsgeheimen enz. en naar de mogelijke effecten, mede op het terrein van de internationale concurrentie.

Inwerkingtreding

Indien tijdig aangenomen door de Eerste Kamer zullen de wijzigingen gelden voor jaarrekeningen die worden opgesteld over de boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2016.

Recent publications

Subscribe and stay up to date with the latest legal news, information and events...